DAG 118

Vertrek vanuit Potosí. We laten het ondertussen vertrouwde mijnstadje achter ons en rijden richting Sucre, de vroegere hoofdstad van Bolivië. Het is zondag en we maken een omweg naar Tarabuco. Volgens onze informatie moet hier vandaag een markt zijn waar van heinde en ver de Bolivianen hun goederen komen kopen of verkopen. Wetende dat ze zich absoluut niet willen laten fotograferen , vormt dit een uitdaging voor ons. In Tarabuco hoeven we de stroom vrachtwagens vol mensen en goederen maar te volgen. De markt is een onvoorstelbare drukke bedoening en op een paar uitzonderingen na lopen er geen buitenlanders rond. We wringen ons door de gezellige drukte en kijken in het rond. Textiel, groenten, bloem, rijst, ijzerwaren, plastiek emmers en kommen, noem maar op, het wordt er verkocht. Dikwijls in traditionele klederdracht lopen de vrouwen rond, kinderen in een vouwdoek op hun rug . Kleurrijk, typisch  en inderdaad moeilijk te fotograferen. Shana krijgt op haar vraag telkens een neen, dus moet het stiekem. Hiervoor moet ze haar natuurlijke drempel overschrijden en daar heeft ze wat tijd voor nodig, natuur is altijd makkelijker dan mensen. Uiteindelijk lukt het haar al krijgt ze bijna een steen naar haar hoofd. Terug naar onze auto zien we de mensen instappen in de vrachtwagens. Eigenlijk kan men het niet instappen noemen, ze worden er in geperst. Hoe méér lading, hoe méér opbrengst voor de chauffeurs. Knettergek! Maar, iedereen is blij vervoer te hebben. We laten Tarabuco achter ons en via een goede asfaltweg en zéér primitieve tolhuisjes rijden we, in het prachtig Boliviaans landschap, naar Sucre.

De weg loopt bergop en bergaf en we ondervinden nog steeds last met de auto.
Om vermogen te krijgen moeten we echt slepen met de koppeling om de nodige snelheid te halen. We rijden en gaan vooruit maar leuk is wat anders. Echt gezond voor de koppeling is dit niet en je wil hier écht niet stranden. De moeilijkheden zijn begonnen na het tanken in Uyuni en ofwel ligt het aan de diesel, de hoogte ofwel is de koppeling aan zijn einde. We besluiten een hulplijn aan te roepen naar Wouter, vriend en duivelse Landrover mechanieker in België. De man blijkt onderweg te zijn van Amsterdam naar Oman in Iran maar we krijgen prompt antwoord. Indien koppeling niet ruikt is ze vermoedelijk ok, andere mogelijkheid is slechte diesel. We ruiken niets dus waarschijnlijk is het de brandstof die voor een slechte verbranding zorgt. We hebben geen keus, 120 liter moet later uit de auto worden verwijderd. Daar gaan we weer!

In de late namiddag komen we aan in, een op het eerste zicht uiterst gezellig stadje, Sucre. We hebben in Potosí , van Belgen, een adres doorgekregen van een B&B uitgebaat door een Belg. Op tien minuten tijd staan we voor de deur van een uiterst verzorgd huis ‘ Casa Verde’. René’s B&B zit vol maar de man is uiterst vriendelijk, komt zelfs een praatje met me maken op straat , en verwijst ons naar een hostel achter de hoek en plaats om de auto bewaakt te stallen.  We checken in, parkeren de auto en alles is gepiept in pakweg  een halfuur. Geen gezoek, geen belachelijk verkeer (het is zondag), geen stress. Zo zou het altijd moeten zijn.
We doen nog een kleine wandeling in het gezellig historisch centrum van Sucre en kruipen in ons bed. Morgen opnieuw problemen oplossen. We worden het een beetje gewoon!

Afgelegde afstand        319 km
Totale afstand          28387 km.

Zet cursor op foto en klik < of > voor vorige of volgende.